De wettelijk minimale profieldiepte van autobanden is in Nederland 1,6 millimeter. In de praktijk vervang je zomerbanden al rond 3 millimeter en winterbanden rond 4 millimeter, omdat de remweg op nat wegdek daaronder snel langer wordt. Je meet het met een profieldieptemeter, een 2-euromunt of de slijtage-indicator in de band zelf.
Banden zijn het enige wat je auto met de weg verbindt, een contactvlak zo groot als vier ansichtkaarten. Toch is het het onderdeel waar het minst naar gekeken wordt. Hieronder lees je hoe je in twee minuten zelf controleert of je banden nog veilig zijn.
De wet is duidelijk: onder de 1,6 mm mag je niet meer rijden. Je auto wordt erop afgekeurd bij de APK en je riskeert een boete. Ook de ANWB adviseert om de profieldiepte eerder in de gaten te houden. Maar 1,6 mm is een ondergrens, geen advies: het is het punt waarop een band officieel versleten is, niet het punt waarop hij nog goed functioneert.
| Bandtype | Wettelijk minimum | Advies vervangen bij |
|---|---|---|
| Zomerbanden | 1,6 mm | 3 mm |
| Winterbanden | 1,6 mm | 4 mm |
| All season | 1,6 mm | 4 mm |
Waarom dat verschil? Het profiel heeft één hoofdtaak: water wegvoeren van onder de band. Hoe ondieper de groeven, hoe minder water er weg kan en hoe eerder de band op een laagje water gaat drijven. Bij 3 mm is de remweg op nat wegdek al merkbaar langer dan bij 8 mm; bij 1,6 mm scheelt het tientallen meters bij snelwegsnelheid. Dat is het verschil tussen net op tijd stoppen en niet.
Bij winterbanden is er nog iets: de werking komt deels van de fijne lamellen in het profielblok. Zakt het profiel onder de 4 mm, dan zijn die lamellen grotendeels weggesleten en gedraagt je winterband zich op een koude, natte ochtend als een middelmatige zomerband.
De nauwkeurigste methode en voor een paar euro te koop. Zet het pootje in de hoofdgroef, duw de meter plat op het profielblok en lees af. Meet op minimaal drie plekken per band: aan de binnenkant, in het midden en aan de buitenkant.
De zilveren rand van een 2-euromunt is ongeveer 3 millimeter breed. Zet de munt rechtop in de hoofdgroef. Verdwijnt de hele zilveren rand in het profiel, dan heb je nog meer dan 3 mm. Zie je die rand volledig, dan is het tijd om langs te komen.
Elke band heeft ingebouwde verhogingen in de hoofdgroeven, de TWI of Tread Wear Indicator. Die zitten op precies 1,6 mm. Staan die blokjes gelijk met het profiel eromheen, dan is je band wettelijk versleten en moet hij er direct af. Je vindt ze door op de zijwand naar de letters TWI of een klein driehoekje te zoeken.
Meet altijd op meerdere plekken, want het patroon van de slijtage verraadt wat er mis is:
Scheve slijtage is nooit alleen een bandenprobleem. Vervang je alleen de band en niet de oorzaak, dan koop je over een jaar opnieuw.
Profieldiepte en bandenspanning hangen samen. Een band met te weinig lucht slijt sneller, verbruikt meer brandstof en wordt warmer, en warmte is de belangrijkste oorzaak van klapbanden. Controleer de spanning minstens één keer per maand, bij koude banden, en houd de waarden aan die op de sticker in de deurstijl of in de tankklep staan.
Bij lage buitentemperaturen daalt de spanning vanzelf: ongeveer 0,1 bar per 10 graden afkoeling. Dat is precies waarom zoveel mensen in november ineens hun waarschuwingslampje zien. Heeft je auto TPMS-sensoren, dan moeten die na een bandenwissel opnieuw worden aangeleerd. Anders blijft dat lampje branden terwijl er niets aan de hand is.
Een band met diep profiel kan nog steeds te oud zijn. In de zijwand staat een DOT-code die eindigt op vier cijfers: de week en het jaar van productie. “3223” betekent week 32 van 2023.
Rubber verhardt met de jaren, ook als de band stilstaat. Vanaf ongeveer zes jaar laat je banden jaarlijks controleren op haarscheurtjes en verharding; rond de tien jaar vervang je ze, hoeveel profiel er ook nog op zit. Dat speelt vooral bij winterbanden en bij auto’s die weinig kilometers maken. Hoe je banden tussen de seizoenen door goed bewaart, lees je in ons artikel over bandenopslag.
Twijfel je of je er nog een winter mee doorkomt? Rijd langs de werkplaats aan de Rijksweg 154a in Limmen. We meten alle vier de banden op, controleren de spanning en de leeftijd, en zeggen eerlijk of ze nog een seizoen meegaan. Klanten uit Heiloo, Castricum, Akersloot, Uitgeest, Egmond en Alkmaar komen daar al jaren voor langs.
Zijn ze toe aan vervanging, dan hoor je dat met een prijs erbij en zonder verkooppraatje. Zo niet, dan rijd je gewoon weer door.
De wettelijke minimale profieldiepte voor personenauto’s is 1,6 millimeter, gemeten in de hoofdgroeven. Daaronder word je afgekeurd bij de APK en riskeer je een boete.
Zomerbanden vervang je in de praktijk rond 3 millimeter, winter- en all-seasonbanden rond 4 millimeter. Daaronder wordt de remweg op nat wegdek snel langer, ook al is de band wettelijk nog toegestaan.
Zet de munt rechtop in de hoofdgroef. De zilveren rand is ongeveer 3 millimeter breed. Verdwijnt die rand volledig in het profiel, dan heb je meer dan 3 millimeter over. Zie je de hele rand, dan is vervangen verstandig.
De TWI of Tread Wear Indicator is een kleine verhoging in de hoofdgroeven, geplaatst op exact 1,6 millimeter. Staat die verhoging gelijk met het profiel eromheen, dan is de band wettelijk versleten.
Vanaf ongeveer zes jaar laat je banden jaarlijks controleren op verharding en haarscheurtjes. Rond de tien jaar vervang je ze, ongeacht de profieldiepte. De productiedatum staat in de DOT-code op de zijwand.
Minstens één keer per maand en altijd bij koude banden. Bij lagere buitentemperaturen daalt de spanning ongeveer 0,1 bar per 10 graden, dus in het najaar is een extra controle verstandig.
Banden laten opmeten? Bel 072 505 7515 of maak online een afspraak.
"*" indicates required fields